vrijdag 17 mei 2019

rubriek: ,

Bang voor boos

‘Je hoeft niet zo boos te doen, je kunt het ook gewoon zeggen hoor!’ Herken je deze boodschap? Kinderen mogen blij, bang en verdrietig zijn maar boosheid vinden we vaak lastig en willen we liefst zo snel mogelijk laten verdwijnen.
Op de overblijf heb je natuurlijk ook alle emoties te maken. Boos zijn is misschien wel de lastigste. Als een kind blij is, is dat fijn en gemakkelijk. Als een kind bang is kun je vragen waarvoor en hoe je kunt helpen. Als een kind verdrietig is kun je troosten.

Besmettelijk


Emoties worden snel overgenomen door kinderen, ook door volwassenen. De spiegelneuronen gaan ‘aan’ in ons brein. Een natuurlijk proces. Als een kind moet huilen omdat het verdrietig is of pijn heeft, komen zo de tranen bij andere kinderen in de ogen, en misschien ook bij jou? Boosheid roept ook veel emotie op.

Lastige emotie


Boos is soms lastig. Jijzelf als overblijfmedewerker schrikt er misschien ook van, of moet erom lachen of weet niet zo goed hoe te reageren of wordt zelf boos. Wat gebeurt er als een kind boos wordt?

Limbisch


Als je boos wordt reageer je meestal direct, zonder na te denken. Nadenken is een meer volwassen eigenschap. In ons brein zit een limbisch systeem, ook wel het emotionele brein genoemd. Dat heeft de overhand bij heftige emoties. Je kunt dan niet meer goed denken, je ratio gebruiken. Hoe je met je limbisch systeem reageert hangt weer af van je genen, je opvoeding, heftige gebeurtenissen die kinderen hebben meegemaakt en de prikkels uit hun directe omgeving.

Zelfregulatie


Als de ontwikkeling van een kind goed verloopt, leert het kind van de ouders emoties en impulsen onder controle te houden. Dat heet zelfregulatie. Dus als het kind verdrietig is, wordt het getroost en ook woede wordt op die manier getemperd. Door te kalmeren en laten zien en daardoor ervaren dat ook ‘erge’ dingen voorbijgaan. Als een kind niet opgroeit in een veilige situatie, leert het dit dus niet en zijn er uiteindelijk letterlijk nog geen verbindingen in de hersenen aangemaakt die kunnen zorgen voor zelfregulatie. Het kind kan het dus letterlijk niet zelf, omdat de fysieke mogelijkheid ervoor niet aanwezig is.

Pijn


Boosheid uit je op verschillende manieren: in het taalgebruik bijvoorbeeld met schelden of vloeken. In je lichaamstaal door bijvoorbeeld schoppen of stompen tegen levenloze dingen of door slaan en iemand anders pijn doen. Boosheid is voor sommige kinderen moeilijk te onderdrukken. Ze voelen iets en reageren direct en hebben moeite met die zelfregulatie. Hoe ouder een kind is, hoe meer het dit leert.

Ratio


Goed reageren op heftige boosheid is makkelijker gezegd dan gedaan. Vaak weet je pas hoe je reageert als je het een keer hebt meegemaakt. Het woord ratio zegt het al: we moeten rationeel, professioneel blijven handelen en in het belang van het kind en de groep zelf rustig blijven. Het helpt als je erkennend kunt reageren.

Erkennen


‘Je bent heel boos hè? Ik zie het.’ Daarmee ontkent je de emotie niet. De kunst is om goed te kijken wat het kind en de situatie nodig heeft. Bij een lichamelijk gevecht is het een ander verhaal. Dan haal je meteen de vechters uit elkaar zodat geen pijn meer kunnen doen. Afkoelen, elk apart en na een afgesproken periode kijken of er al gepraat kan worden.

Jongens en meisjes


‘Wat maakte je zo boos? Kun je er woorden aan geven? Hoe zou je ook kunnen reageren? Houd het kort bij jongens en ga niet herhalen of preken. Vraag of het nu goed is en ze verder kunnen en laat ze elkaar een hand geven. Klaar, zand erover. Bij meisjes kan het langer duren. Daar is soms meer tijd nodig en kan het ook zo weer oplaaien. En als er sprake is van weinig zelfregulatie en het komt vaak voor, dan is overleg met de docenten verstandig voor een eenduidige aanpak.