woensdag 19 februari 2020

,

Veiligheid en welzijn bij de TSO

Ik heb het gevoel dat sinds de AVG in gang gezet is, veel mensen (ook in de TSO) onzeker zijn over wat zij wel of niet mogen weten, over wat zij wel of niet mogen doen in relatie tot de overblijfkinderen of de organisatie. Is gezond verstand op zoveel verschillende manieren uit te leggen? We hebben blijkbaar veel behoefte aan regels en codes om binnen de grenzen van het fatsoen te blijven. In deze column heb ik een aantal regels en codes verzameld.

AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) sinds 25 mei 2018


Het doel van de AGV is om zo min mogelijk informatie te hebben/bewaren en bewust te zijn van de noodzaak van het bezit van de informatie. Er moeten duidelijke afspraken op papier staan over de procedures. Vraag op school of de tso-organisatie dus naar de privacyverklaring om te weten waar je rekening mee moet houden. Bedenk dat:

  • De informatie van kinderen die niet meer overblijven of (kunnen) veranderen niet onnodig bewaard blijft.
  • Schoolmedewerkers onderling leerling gegevens mogen delen. Wanneer de school anderen, bijvoorbeeld tso-medewerkers, wil informeren, mag dat alleen wanneer de ouder (of kind ouder dan 16 jaar) hiervoor nadrukkelijk toestemming geeft.
  • Precies om deze reden het belangrijk is dat ouders weten dat zij zelf bijzonderheden over gedrag of aanpak van hun kind(eren) delen met de tso-organisatie/medewerkers.
  • Leerkrachten wel tips kunnen delen voor een effectieve begeleiding van een kind, maar dus geen achtergrond informatie mogen delen.

Als informatie toch terecht komt bij iemand die daar niet bevoegd voor is, is er sprake van een datalek. Als de organisatie een ernstig datalek ontdekt, moet dit worden gemeld.

Vierogenprincipe (sinds 1 juli 2013)


Het vierogenprincipe is in het leven geroepen sinds de zedenzaak op een kinderdagverblijf in Amsterdam. Het protocol is alleen verplicht voor kinderdagverblijven, maar niet voor gastouders en ook niet voor BSO, Primair Onderwijs (en dus TSO, dat valt onder de wet Primair Onderwijs).

Het vierogenprincipe is eigenlijk het vierogen- of orenprincipe. Medewerkers op een kinderdagverblijf hoeven niet persé in duo’s te werken, maar kunnen elkaar wel zien werken of horen. Ook is het de bedoeling dat afdelingsleiders onaangekondigd binnen stappen om te ervaren hoe de situatie is.

Omgangsregels


  • In principe is een medewerker zo min mogelijk met een kind alleen in een ruimte. Wanneer dit wel het geval is, ga dan zodanig met het overblijfkind om dat ten alle tijden iemand kan binnenkomen.
  • Kom niet aan een ander wanneer hij/zij dat niet wil, de wijze waarop je een kind troost/beloont of feliciteert is ook afhankelijk van de wens van het kind/ouders.
  • Spontane reacties, ook in hogere groepen zijn mogelijk, ook hier rekening houdend met de wens van het kind/ouders.
  • Soms moeten kinderen geholpen worden bij het aan- en uitkleden (denk aan ongelukjes). In dergelijke situaties kan een leerkracht of tso-medewerker hierbij helpen. Houd ook hier weer rekening met wensen en gevoelens van het overblijfkind. Door een open vraag te stellen als ‘Wil je het zelf doen, of heb je liever dat de juf/meester je helpt?’ kan een kind vaak goed aangeven wat hij/zij wil.

Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling (aangepast per 1 januari 2019)


Iedere organisatie ontwikkelt een eigen meldcode met daarin 5 verplichte stappen. Sinds 1 januari 2019 is de beroepskracht verplicht het afwegingskader te gebruiken.

Stap 1: Signalen in kaart brengen.
Stap 2: Overleg met een collega (coördinator) en raadpleeg eventueel Veilig Thuis.
Stap 3: Gesprek met cliënt/ouder.
Stap 4: Wegen van huiselijk geweld/kindermishandeling:
  • Heb ik op basis van stap 1 tot en met 3 een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling?
  • Heb ik een vermoeden van acute of structurele onveiligheid?
Stap 5: Neem twee beslissingen:
  1. Is melden noodzakelijk?
    Melden is noodzakelijk als er sprake is van:
    - acute onveiligheid
    - structurele onveilighei​d
    In het afwegingskader staat beschreven wat onder acute en structurele onveiligheid verstaan wordt.
  2. Is hulp verlenen of organiseren (ook) mogelijk? Hulp verlenen is mogelijk als:
    - De professional in staat is om effectieve/passende hulp te bieden of organiseren.
    - De betrokkenen meewerken aan de geboden of georganiseerde hulp.
    - De hulp leidt tot duurzame veiligheid.
    Indien hulp verlenen op basis van deze punten niet mogelijk is, is melden bij Veilig Thuis noodzakelijk.

Ik wens je een veilige en fijne TSO toe!


Bronnen


Autoriteitpersoonsgegevens.nl
ICTrecht.nl
Boink
hetwilgerijs.nl
Rijksoverheid.nl
Onderwijsgeschillen.nl

19.2.20

zondag 9 februari 2020

,

Slim sturen van gedrag

Een tso medewerkster heeft een terugkerend probleem met twee kinderen. Het gaat om gedrag dat haar stoort. De twee maken de rest van de groep onrustig. Ze heeft dan meer moeite om orde te houden. Het ene kind staat steeds op tijdens het eten terwijl de afspraak is dat je blijft zitten. Het andere kind roept vaak iets naar een klasgenoot aan de andere kant van het lokaal. Andere kinderen gaan er dan op reageren. Ze waarschuwt deze kinderen vaak. Soms stuurt ze één van hen naar de gang of naar de coördinator. Toch verandert er niets aan het gedrag.

Als iets niet werkt, stop


Als iets niet werkt raad ik je aan er mee te stoppen. Het kan in dit soort situaties slim zijn om nog voordat het gedrag start het kind op rustige toon aan te spreken. Je gaat dan slim sturen. Je betrekt het kind bij ‘het probleem.’

Slim sturen in zes stappen


  1. Neem het kind even apart voor je de groep in gaat.
  2. Zeg op vriendelijke toon bijvoorbeeld: ‘Ik merk dat je tijdens het eten steeds opstaat. Ik vind dat lastig omdat het dan onrustig wordt in de groep. Ik waarschuw je nu vaak. Eigenlijk vind ik dat niet fijn.’
  3. Houd nu even je mond. (MOEILIJK!) Als jij je mond houdt heb je grote kans dat het kind uit zichzelf iets gaat vertellen dat waardevolle informatie geeft over de situatie.
  4. Zo nee, zeg dan nog steeds op vriendelijke toon: ‘Wat helpt jou om 10 minuten te blijven zitten?’
  5. De meeste kinderen hebben nu een idee. Voer als het maar enigszins mogelijk is het idee uit. Moedig het kind (onopvallend voor de rest van de groep) aan als je merkt dat het goed gaat.
  6. Bespreek aan het eind van de tso hoe jullie vonden dat het ging.

Werkte het? Wat wel en wat kan nog beter? Werkte het niet? Vraag dan: ’Misschien heb je nog een ander idee voor morgen?’

Geen tijd


Denk niet te snel dat je hier geen tijd voor hebt. Deze gesprekjes duren meestal korter dan je denkt.
Realiseer je ook dat je iets zult moeten investeren als je een situatie wilt veranderen.

Als je kinderen op deze manier aanspreekt voelen zij zich serieus genomen. Ook heb jij nu de kans om rustig te vertellen waarom je het graag anders zou zien. Je verbetert op zo’n moment de relatie. Je bent veel krachtiger in je communicatie als je nog niet geïrriteerd of boos bent.

Laat je het mij weten als het is gelukt? Ik hoor het ook graag als het nog niet is gelukt. Dan denk ik graag met je mee. Veel succes in de TSO!


9.2.20

vrijdag 7 februari 2020

Terug naar de gezonde basis

Deze titel was ooit de slogan van een campagne om mensen gezonder te laten eten. Ik gebruik de term nog vaak als ik met kinderen en ouders over eten praat.

Schijf van Vijf


In mijn spreekkamer hangt een poster van de Schijf van Vijf. Bijna alle kinderen van de basisschool herkennen hem en kunnen er wat over vertellen.

De Schijf van Vijf is een manier om uit te leggen wat de gezonde basisvoeding is.

De schijf bestaat uit vijf vakken:
1 groot vak voor volkoren graanproducten
1 groot vak voor groenten en fruit
1 vak voor drinken (water)
1 iets kleiner vak voor eiwitten zoals vlees, vis, zuivel, ei, peulvruchten en noten
1 klein maar o zo belangrijk vak voor de vetten (olie en margarine)

Liefst eet je, ook bij de lunch, iets uit elk vak.

Brood

Volkorenbrood is goed, maar ook yoghurt met muesli is prima. Je hebt leuke lunchbekers waarin je dat in kunt mee naar school kunt nemen. Veel kinderen vinden muesli lekker.

Groenten


Een lunchbox wordt vrolijk van groenten. Denk aan tomaatjes, radijsjes, snackpaprika, snackkomkommer en wortel. Met snackgroenten bij de lunch wordt het makkelijker om de aanbevolen hoeveelheid van groenten voor een dag te halen. Een snacktomaatje weegt rond 10 gram, dus 5 tomaatje is al 50 gram groenten.

Fruit


Ook fruit is vrolijk, en niet alleen op een verplichte fruitdag van school. Wissel de soorten fruit lekker af. Neem liever vers fruit in plaats van knijpfruit of vruchtensap. In vers fruit zitten meer vezels en vitamines. In sap zitten veel suikers uit het fruit.

Drinken


Water is de meest gezonde basis. Gelukkig nemen steeds meer kinderen water mee naar school. Je kunt er een smaakje aan geven met een beetje munt of schijfjes komkommer.

Als drinken kun je een beker of pakje melk of karnemelk meenemen. Dat is gezonder dan drinkyoghurt of chocomel, omdat er geen suiker of zoetstof in zit. Wist je dat in een pakje chocomel 6 klontjes suiker zitten en in drinkyoghurt 4?

Eiwitten


Sommige kinderen nemen een handje (ongezouten) noten mee naar school. Denk aan walnoten of cashewnoten. Dan hebben ze lekker wat om te knabbelen in de pauze.

Op brood past kaas (liefst met minder vet, bijvoorbeeld 30+), magere smeerkaas met minder zout, zuivelspread light, pindakaas (liefst van 100% pinda’s, zonder zout of suiker), notenpasta of vleeswaren.

Vetten


Smeer op alle brood halvarine voor vitamine D en goede vetten.

Smakelijke lunch!

Meer lezen? Schijf van Vijf bij het Voedingscentrum.



7.2.20

maandag 3 februari 2020

,

Zangplezier tijdens de overblijf

Zing je weleens? Soms gebeurt dit stilletjes in jezelf, onder de douche tijdens het opruimen, op de fiets, of luidkeels in de auto. Vul maar zelf in.

Zingen zorgt voor plezier en ontspanning. Hoe leuk is het om samen een liedje te leren in groepsverband en daar plezier uithalen? Daarom is zingen tijdens de overblijf een van de meeste populaire activiteiten. Daag je zelf uit om samen met je groepje een liedje te leren en samen te zingen.

Dit heb je nodig

  • Stembanden
  • Muziek tekst
  • Karaoke via Youtube
  • Enthousiasme
  • Een lied die iedereen kent

Vraag aan de kinderen naar welke liedjes zij luisteren


Welke liedjes maakt hun blij? Maak daar een top 2 van. Het kiezen van het liedje kan je makkelijk doen door de meeste stemmen te laten gelden.

Uitprinten van tekst


Zoek de tekst op via het internet en print die uit door het eerst te kopiëren en te plakken op een Word-document. Via Youtube is er altijd een instrumentale versie van het desbetreffende lied te vinden. Meestal weten de kinderen al heel goed welke karaoke zij mooi vinden. Vraag het aan de kids.

Drempel


Vooral plezier hebben en niet te veel letten op vals zingen. Lekker doen alsof je thuis in je eigen woonkamer bent en heerlijk luidkeels zingen. Vaak zorgt dit voor een ontspannen sfeer waarin de kinderen de remmen losgooien. Veel zangplezier!


3.2.20

dinsdag 28 januari 2020

,

Arie

tekening Lucienne Kohler
De directeur van de school noemt hem Arie Bombarie; de Surinaamse overblijfmedewerker die zomer en winter altijd een zonnebril draagt en een muts op heeft. Hij kijkt vaak streng terwijl hij over het schoolplein heen bast. De kinderen zijn allemaal een beetje bang voor hem.

Ajacied


Als we na de overblijf samen oplopen draait hij zich opeens om en zegt: ‘Dus jij gooit het hek steeds weer voor mijn neus dicht, terwijl ik ‘m wel altijd voor jou openhoud? Leuk is dat!’ Ik schiet ik in de lach en het ijs is gebroken.

Hard Gras


We raken aan de praat over voetbal, waarom weet ik niet want ik heb daar niets mee. Arie des te meer: Hij noemt zich Ajacied.
‘Dat is grappig,’ zeg ik. ‘Ik heb een gedicht geschreven over Ajax.’ Het is het enige voetbalgedicht wat ik ooit schreef. ‘Ken je het voetbaltijdschrift van Henk Spaan Hard Gras? Daar staat mijn gedicht in.’ ‘Nooit van gehoord, maar dat gedicht wil ik wel graag lezen!’

Later!


Een paar weken lang vergeet ik om het uit te printen. Elke dag vraagt hij: ‘Hey, waar is mijn gedicht?’ ‘Morgen!’ roep ik over het schoolplein terug. Ik denk aan een Surinaams ex-vriendje dat altijd riep: Later! En dat je dan wist dat dat nooit zou gebeuren.

‘Daar heb je je vriendinnetje weer!’roepen zijn mannelijke collega’s, wanneer ik een print van mijn gedicht bij mij heb in een plastic mapje. Arie straalt alsof hij een cadeau krijgt voor zijn verjaardag. Als hij het gedicht oprolt en in zijn zak steekt wil ik zeggen: ‘Niet oprollen, dan kreukt het zo!’ Maar dat lijkt mij nogal schooljuffrouw-achtig dus ik zie het met lede ogen aan en vraag mij af of hij het ooit echt zal lezen.

Huts


De volgende dag komt hij naar mij toe: ’Ik heb je gedicht voorgelezen in de klas. Het leek mij echt iets voor de kinderen omdat het gaat over voetballers die begonnen zijn op het pleintje in de straat. Ze vonden het heel mooi. Als je weer eens iets hebt hou ik mij aanbevolen.’

Ik heb hem nog niet verteld dat ik ook een blog heb met verhalen over de overblijf. Ik heb die voorgelezen in mijn klas, maar moest het qua populariteit afleggen tegen de Nederlandstalige rappers zoals The Blockparty & Esko met Huts of Broederliefde met Mi no lob. Benieuwd wat hij vindt van de onstuitbare opmars van Surinaamse en Marokkaanse ritmes in de Nederlandse muziekcultuur. Later!


28.1.20

dinsdag 14 januari 2020

,

Waarom kinderen boos worden

Boosheid is een emotie die we over het algemeen moeilijk vinden om mee om te gaan. Hoe is dat voor jou? Heb jij dat ook? We reageren vaak volautomatisch boos terug. Gaat het om blijheid of verdriet dan is dat makkelijker om op te reageren. Boosheid werkt storend in het contact dat we met elkaar hebben. Het wordt meestal uitgelokt door een probleem in de omgang met anderen.

Dit roept boosheid op


Een kind wordt boos als:
  • hij iets wil hebben maar het niet krijgt, hij voelt frustratie
  • hij iets wil doen wat nu niet kan, hij voelt frustratie
  • hij voelt zich tekort gedaan of benadeeld en heeft het idee dat dit opzettelijk gebeurt
  • hij voelt zich bedreigd, hij voelt angst

Ben je vol emotie dan ben je niet in staat om een probleem goed op te lossen. De emotie moet eerst zakken. Dat herken je vast.

Hulp in plaats van straf


Er wordt vaak straf gegeven als een kind heel boos heeft gereageerd. Wist je dat straf het kind niet verder helpt? Kinderen die vaak boos worden hebben juist hulp nodig. Daar wringt het. We hebben in de TSO beperkte tijd. Doorgaan met zinloos straffen leidt echter tot verwijdering van elkaar. Tot slechter luisteren.

Sommige kinderen herkennen boosheid bij zichzelf en bij anderen niet goed. Ze hebben (nog) moeite met het beheersen van hun boosheid. Er is dan hulp nodig om:
  • boosheid bij zichzelf te herkennen
  • de mate van boosheid die wordt gevoeld te kunnen aangeven
  • het gevoel van boosheid af te laten nemen

Probeer het eens uit


Heb jij kinderen in de groep die moeite hebben met het beheersen van boosheid? Vraag de leerkracht welke ondersteuning hij of zij biedt en wat jij tijdens het overblijven zou kunnen doen. Probeer te helpen. Laat het niet uit de hand lopen. Zeg bij een situatie buiten bijvoorbeeld: ‘Ik kom naar je toe omdat ik een boos gezicht zie en ik je steeds harder hoor schreeuwen. Er gaat iets niet naar je zin. Klopt dat? Zeg vervolgens: ‘Ik weet dat even rustig worden heel goed helpt.’ Vraag vervolgens wat zou kunnen helpen om de boosheid te laten zakken.

14.1.20

dinsdag 17 december 2019

, ,

Kerstmaterialen

Spelen, knutselen en kleuren in de sfeer van Kerst. Doe inspiratie op en download materialen bij Yurls en Internetwijzer en geen kind hoeft zich nog te vervelen in de laatste dagen voor de Kerst!
17.12.19

vrijdag 13 december 2019

Het continurooster breekt leraren op

foto Pixabay
Het oprukkende continurooster in het basisonderwijs zet pauzes van leerkrachten onder druk. “Op papier lijkt het goed geregeld, maar in de praktijk werkt het niet.”

Lees verder bij AOb
13.12.19
,

Geen hoofddoek

tekening Lucienne Kohler
Fatima heeft een zee aan heimwee in haar ogen. Als ik haar groet raakt ze me altijd even aan.

Op mijn vorige school werd ik als nieuwe overblijfmedewerker naar het bijgebouw verbannen. Ik zeg ‘verbannen’ omdat in het hoofdgebouw voornamelijk Nederlanders werkten en in het bijgebouw meer vrouwen van Marokkaanse afkomst.

Ik ging er meteen gezellig tussen zitten en genoot van de onbekende klanken om mij heen die mijn werk een exotisch tintje gaven. Al snel vertelde een Nederlandse vrouw die er ook werkte dat ze het zo vervelend vond dat de moslima’s in hun eigen taal bleven praten terwijl zij ernaast zat. Nu hield ze maar afstand. Ze keek mij aan met een blik alsof ik moest kiezen; of bij haar komen zitten, of mij aansluiten bij de groep Marokkaanse vrouwen. Ik had begrip voor haar verhaal, maar omdat ik te zijner tijd de coördinatie zou gaan doen, leek het mij niet verstandig om een bepaalde groep buiten te sluiten.

Gratis tramkaartje


Ik bleef natuurlijk praten met de Marokkaanse vrouwen. Een van hen had een zoon die aan de universiteit studeerde, daar was zij erg trots op. Ik kon van alles vragen over haar leven en ik vertelde over mijn overblijftijd op een ‘zwarte’ school in de Amsterdamse Diamantbuurt.

Op de tramhalte begonnen moslima’s, die ik niet kende, spontaan tegen mij te praten. Ik kreeg zomaar een tramkaartje dat nog twee uur geldig was in mijn hand gedrukt. Steeds vaker zag ik donkere ogen vanonder hoofddoeken met belangstelling naar mij staren in de straten van Nieuw-West. Of was ik het zelf die mijn omgeving anders was gaan zien?

‘Jij ouwehoert te veel met je collega’s,’ onderbrak de vrouw, die zich nog steeds buitengesloten voelde, het gesprek met een moslima. Het was een chique ogende dame, maar de buitenkant zegt niets.

Rouw


‘Wat zie je er mooi uit zo in het wit,’ zeg ik tegen Fatima. Ik ga er vanuit dat ze in feeststemming is. Ze glimlacht, maar haar ogen staan droeviger dan ooit. Ze legt met handen en voeten uit dat in haar cultuur wit een rouwkleur is. Haar man is vorige week overleden na een lang ziekbed.

'Hey,' zegt een kind uit de kleuterklas bij de kapstok op de gang tegen mij. 'Ben jij ook van de overblijf?' 'Ja, hoezo?’ 'Waarom heb jij dan geen hoofddoek om?' Ik slik en sta even met mijn mond vol tanden.


13.12.19

donderdag 12 december 2019

,

Columnist Rian van Nuland - Diëtist

Mijn naam is Rian van Nuland. Ik ben geboren en getogen in Brabant en heb een praktijk als kinderdiëtist in Tiel. Daarnaast werk ik als diëtist in het ziekenhuis van Tiel waar ik kinderen en volwassenen zie.

Diëtist


Een diëtist is iemand die veel weet over eten en drinken en gezondheid, zeg ik vaak tegen kinderen. Zij kan je helpen om de goede voeding te kiezen. Daarbij houdt ze rekening met wat jij lekker vindt en met klachten die je misschien heb, of met beweging en sporten.

Als je ziek bent of een allergie hebt, moet de voeding soms worden aangepast. Dat noemen we een dieet. De diëtist gaat proberen ervoor te zorgen dat jij je beter voelt. Bijvoorbeeld dat je geen buikpijn meer hebt, minder vaak moe bent, goed groeit of een gezonder gewicht krijgt.

Schrijven


Ik vind het heel leuk om te schrijven. Daarom heb ik in 2017 een eigen website gemaakt waarop ik iedere week iets schrijf over wat ik meemaak als diëtist.

School


Mijn kinderen (een dochter van 17 en een zoon van 14 jaar) zaten op een basisschool waar ze een continurooster hadden. De school was een open ruimte zonder klaslokalen en centraal punt was het ‘restaurant’, zoals dat sjiek heette. Aan tafeltjes onder kleurige parasols aten de leerlingen in groepjes op verschillende tijden. Het was er gezellig, merkte ik als ik eens een dagje mocht meelopen. Een fijne omgeving om te eten en drinken.

Columns


Voor Overblijf Magazine zal ik schrijven over eten en drinken. Dat zal niet altijd nieuwe informatie zijn. Maar mijn ervaring is dat het goed is om te herhalen. Zoals ik zelf regelmatig iets lees waar ik weer even inspiratie uit haal. Zo hoop ik kleine inzichten te geven waar de lezer weer even op een spoor wordt gezet.

Ik wens je veel leesplezier. Als je het leuk vindt, kijk dan ook eens naar mijn site rianschrijft.blogspot.com die je ook kunt volgen via je google-account of via een berichtje naar lezen@rianvannuland.nl.

Met hartelijke groet,


12.12.19

maandag 11 november 2019

, ,

‘Jij spreekt geeneens goed Nederlands’

In de TSO zijn steeds meer mensen werkzaam waarbij Nederlands niet de moedertaal is. Als kinderen worden aangesproken op gedrag vinden ze dit over het algemeen niet leuk. Sommigen reageren direct met een opmerking. Dit varieert van ‘je bent mijn moeder niet’ tot ‘jij spreekt geeneens goed Nederlands!’ Het is afreageerruimte die kinderen op die manier pakken. De een ervaart dit soort opmerkingen als heel brutaal, de ander vindt het wel meevallen. Hoe is dat voor jou? Hoe zou jij reageren?

Dat klopt. Ik leer Nederlands.


Een tso medewerker die onlangs ook zo’n opmerking kreeg over haar Nederlands reageerde als volgt:
‘Dat klopt. Jij bent hier op school. Ik ga ook naar een school. Ik leer daar Nederlands praten en schrijven. Het is een moeilijke taal voor mij. Voor jou niet he? Weet je dat mijn taal heel andere letters heeft? Ze pakt pen en papier en begint de naam van de jongen in het Arabisch te schrijven. Verbaasd kijkt hij hoe ze van rechts naar links schrijft en welke tekens er op het papier verschijnen. ‘Wouw, is dat mijn naam?’, vraagt hij. Ze knikt. Hij vindt het prachtig en roept zijn vrienden er bij.

De jongens willen ook graag weten hoe hun naam er in het Arabisch uitziet. Haar rustige reactie op de opmerking van de jongen zorgt ervoor dat er een verbinding ontstaat tussen haar wereld en zijn wereld. Ze is vanwege het oorlogsgeweld gevlucht uit Syrië en blij tijdens de overblijftijd op de school aan het werk te zijn. Ze leert de kinderen inmiddels ook het alfabet en de uitspraak van de letters.

Een positieve verandering


Het gezag van deze tso medewerker en ook het ontzag voor haar heeft een positieve verandering doorgemaakt. Dit is wat er kan gebeuren als je niet gelijk boos reageert en snapt dat het ook gewoon een constatering van een feit is.


11.11.19

zondag 10 november 2019

,

Uit wiens portemonnee komt het geld voor de lunchpauze op school?

De wet op het primair onderwijs is duidelijk, zou je denken: "TSO wordt door het schoolbestuur georganiseerd als de ouders hierom gevraagd hebben. De kosten die hieruit voortvloeien komen vervolgens voor rekening van de ouders." Maar, het schoolbestuur kan ervoor kiezen de kosten voor de ouders te beperken.

Inkomsten van het schoolbestuur


Het schoolbestuur ontvangt van de overheid jaarlijks geld om de organisatie van de school/scholen te verzorgen, de zogenaamde lumpsum. Het is bedoeld voor o.a. het onderhoud van het schoolgebouw, de administratieve ondersteuning en óók tussenschoolse opvang. Goed om te realiseren dat dit geld losstaat van de gelden voor salarissen voor de leerkrachten.

TSO in de schoolbegroting met €26,41 per leerling


De overheid geeft vooraf in het najaar, een advies hoe de school het totale besteedbare bedrag kan verdelen over de verschillende kostenposten. Bij iedere post is een bedrag genoemd. Bij tussenschoolse opvang staat een bedrag van €26,41 per leerling. Het begrotingsmodel, dat jaarlijks gemaakt wordt, is vanaf oktober beschikbaar. Download hier de versie voor 2020 op de website van Vereniging van openbare en algemeen toegankelijke scholen.

De (G)MR let op de TSO in de begroting


Het is aan het schoolbestuur om een begroting op te stellen voor de besteding van dit geld en de (Gemeenschappelijke) Medezeggenschapsraad in te laten stemmen met de begroting. Het schoolbestuur mag in principe zelf beslissen welke posten worden opgenomen in de begroting. Het kan dus zijn dat de post ‘tussenschoolse opvang’ wordt vergeten en dat dit geld gaat naar andere, ook belangrijke, posten. Aan de (G)MR dus de taak om te controleren of de TSO terugkomt op de begroting.

Ouders hoeven dan minder te betalen


Stel, het schoolbestuur heeft € 26,41 per leerling van de school voor TSO op de begroting gezet en de school heeft 150 leerlingen. Vanuit de lumpsum is dan € 3.961,50 beschikbaar voor tussenschoolse opvang. Door de beschikbaarheid van dit grote bedrag kan het bedrag dat de ouders betalen per overblijfbeurt behoorlijk dalen.

Scholen die werken met een continurooster mogen de ouders niet verplichten een bijdrage voor TSO te doen. Als deze scholen bijvoorbeeld pleinwachten inzetten om de lunchpauze van de leerkrachten te garanderen, zijn de kosten voor de pleinwachten voor de school.

Bedoeld voor onkostenvergoeding en opleiding


In een voorlichtingsbrochure van de PO-Raad staat beschreven staat dat het geld vooral bedoeld is voor deskundigheidsbevordering van de overblijfkrachten en daarnaast voor de organisatie van de tussenschoolse opvang. Omdat er soms wat onduidelijkheid is, over waaraan dit geld besteed kan worden, heb ik contact opgenomen met de juridische dienst van de PO-Raad. Op mijn vraag of de kosten voor het salaris/onkostenvergoeding van de tso-coördinator of de overige vrijwilligers ook kunnen worden betaald uit deze gelden, kreeg ik een bevestigend antwoord: "Ja, dat klopt. De kosten kunnen betaald worden uit deze middelen."

Samengevat


  • Bij TSO betalen de ouders de kosten.
  • Bij het continurooster mogen de ouders niet verplicht worden te betalen voor TSO, bijvoorbeeld voor de inzet van pleinwachten.
  • Geld in de lumpsum bedoeld voor TSO (in 2020) is € 26,41 per leerling van de school.
  • De lumpsum is niet geoormerkt geld, het schoolbestuur stelt zelf een begroting op en bepaalt zelf de posten.
  • De (G)MR heeft instemmingsrecht en kan er mede voor zorgen dat € 26,41 wordt besteed aan TSO.
  • Het tso-geld in de lumpsum kan worden besteed aan tso-cursussen en onkostenvergoedingen/salarissen van medewerkers.
  • Lees alles over wet- en regelgeving in de meest recente brochure van TSO-Support.

Veel succes met de (tso)-begroting voor 2020!


10.11.19

zaterdag 9 november 2019

,

Sint/Kerstpakket voor de winter

Dit pakket bevat een open haard, de stoomboot/pakjesboot en de kerstboom. Deze artikelen zijn een geweldige aanvulling op het winterspel en het winterverhaal. Zet tijdens de Sinterklaastijd de schoen bij de haard, hang rondom Kerst sokken aan het dak of maak het extra gezellig tijdens de donkere wintermiddagen en avonden. Klik hier voor de kortingscode voor de Combiset SCHOOL in de webshop van Kijk op Spel (geldig tot 17 november).
9.11.19
,

Ieder kind verdient een verzamellade

Een verzamellade, wat is het?


Een lade met losse materialen. Materialen die incompleet zijn, maar te leuk om weg te gooien. Materialen die ergens bij horen, maar we moeten nog even bedenken waarbij …

Een lade met eindeloze spelinspiratie


Heb je er geen? Het is de moeite waard om er een te creëren! Het geeft ontspanning om erin te rommelen. Spelinspiratie wanneer je even niet weet wat je kunt doen … Of een beetje opruimvreugde wanneer er iets in mag ☺

Ook voor de tussenschoolse opvang!


Zeker is het ook geschikt voor de tussenschoolse opvang. Naast de kracht van de lade zelf, is het ook goed te gebruiken tijdens spelmomenten. Laat kinderen 1 item uit de lade kiezen, om te kunnen combineren met ander spelmateriaal. Bijvoorbeeld spelen met blokken en 1 gevonden knikker.

Nieuwsgierig geworden? Spelen is een wereld vol ontdekkingen en ontspanning. In een workshop van Kijk op Spel komen veel spelideeën aan bod. Kijk voor meer informatie op kijkopspel.nl

Kortingscode


Klik hier voor de kortingscode voor de Combiset SCHOOL in mijn webshop (geldig tot 17 november).

9.11.19

vrijdag 8 november 2019

,

Henk

illustratie Camille Breukhoven
‘Mag Henk mee naar binnen?’ Stella en Josje kijken mij verwachtingsvol aan. ‘Wie is Henk?’ Stella opent haar hand. Een glanzend lieveheersbeestje kruipt lang haar vingers omhoog. ‘Maar wat als hij door de klas heen gaat vliegen?’ Ze heeft een idee: ‘We hebben een luciferdoosje waar hij in kan.’

In de klas gaat Henk met wat gras het doosje in dat een klein beetje open blijft staan zodat hij nog net kan ademen. Alle kinderen komen even langs om te kijken naar hem. Josje bedenkt dat hij wel eens dorst zou kunnen hebben en probeert druppels water in het doosje te doen. Ik hou mijn hart vast.

‘Dames, zullen we Henk gaan bevrijden, voordat de juf komt?’ Ik open alvast het raam. Ze nemen het zekere voor het onzekere en openen het doosje. Na een lichte aarzeling, vanwege het lichtbad waaraan hij plotseling wordt blootgesteld, slaat hij zijn vleugels uit. ‘Dag Henk, pas je een beetje goed op jezelf? We zullen je altijd aan je blijven denken!’ roepen we achter hem aan.

Als de juf binnenkomt doen we alsof er niets gebeurd is.


8.11.19

donderdag 7 november 2019

, ,

Lucienne Kohler, columnist Kunst en cultuur en interculturalisatie

Ik ben opgeleid tot docent Nederlands en was enige tijd verbonden aan de IVKO als docent Nederlands.

Tijdens mijn vervolgstudie aan de Gerrit Rietveldacademie begon ik te werken als overblijfjuf op een lagere school en was 6 jaar overblijf-coordinator op de Cornelis Vrijschool, waar ik zelf als kind ook op zat.

Ik maakte foto’s van kinderkrijttekeningen om hun straatkunst te conserveren.

Voor de post-opleiding ‘Kunstenaar voor de Klas’ ging ik verhalen optekenen van dingen die kinderen mij vertelden. De opleiding ben ik niet gaan doen, maar deze miniatuurtjes zijn de overblijfselen van dit proces.

Sinds 1984 draag ik gedichten voor: Ik deed dit o.a. in de Badcuyp, het Parooltheater, Festina Lente en op het korte verhalen festival in De Rode Hoed.

Ook was ik enige tijd jurylid bij Festina Lente, het eerste cafe dat slams organiseerde, dat later een trend werd in Nederland. Ik deed dit samen met dichter Peter Verstegen en Simon Vinkenoog.

Vanaf 1997 publiceerde ik gedichten in o.a. De Tweede Ronde, Surplus, een bloemlezing van het Davidsfonds, Krakatau, Nynade, Kladblok. In 2017 stond een gedicht van mij in de Top-100 bundel ‘Goudlicht en Avondschijn’ van de Thüring Poëzie wedstrijd.

Op dit moment werk ik onder andere aan het blog overblijfselen met verhaaltjes uit de TSO, die bedoeld zijn voor medewerkers in de TSO. De verhaaltjes die je van me zult lezen in het Overblijf Magazine komen uit dit blog.



7.11.19

dinsdag 8 oktober 2019

,

De tso-organisatie goed geregeld?

Regelmatig krijg ik vragen over wet- en regelgeving en aan het begin van het schooljaar zijn de vragen vooral gericht op de noodzaak van het aantal tso-medewerkers.

In de wet Primair Onderwijs (artikel 45), waar het overblijven onder valt, is geen duidelijkheid gegeven over hoeveel kinderen één tso-medewerker mag begeleiden. Er is dus geen wettelijke ‘leidster : kind ratio’, zoals in de (Wet) kinderopvang is vastgesteld. In artikel 45 van de wet Primair Onderwijs staat alleen dat de opvang in een veilige- en kindvriendelijke ruimte moet worden georganiseerd.

Hoeveel medewerkers zijn er nodig?


Hoe een veilige- en kindvriendelijke ruimte eruitziet, dat wordt in overleg met de tso-organisatie en de ouders vastgesteld. Omdat er geen wettelijke bepalingen zijn op het gebied van het aantal medewerkers, kijken we naar de ervaringen van de afgelopen 15 jaar. Kort door de bocht kun je rekening houden met:
  • 1 begeleider : 15 kinderen als er ook met de kinderen gegeten wordt.
  • 1 begeleider : 22 kinderen als de kinderen alleen tijdens het spelen worden begeleid.
Afhankelijk van verschillende factoren kan het belangrijk zijn meer begeleiders in te roosteren. Bedenk daarbij ook dat kinderen in de BSO (Wet kinderopvang) een begeleiding krijgen van 1:10 (jongere kinderen) tot 1:12 (oudere kinderen).

Wisselpauze als oplossing bij krapte


Je wilt de TSO goed organiseren en graag met vrijwilligers werken, zodat de prijs van het overblijven betaalbaar blijft. Je hebt te maken met krapte op de ‘vrijwilligersmarkt’ en daardoor rijst de vraag al gauw: ‘Hoe organiseer ik de TSO goed met zo min mogelijk medewerkers?’
Door het instellen van wisselpauzes bereik je dat met de helft minder tso-medewerkers hetzelfde aantal kinderen begeleid kunnen worden. Leerkrachten eten dan vaak een kwartiertje tot 25 minuten met de kinderen, waarna de speelpauze wordt begeleid door de tso-medewerkers.

Dit is een rigoureuze aanpak, want:
  • De leerkrachten kunnen niet meer onderling lunchen/vergaderen;
  • De tso-medewerkers leren de kinderen minder eenvoudig kennen, omdat de gesprekjes vooral plaatsvinden tijdens het eten. Veel overblijfmedewerkers geven aan dat zij in deze lunch-aanpak minder werkplezier ervaren.
  • Als naast wisselpauzes ook gekozen wordt voor het continurooster, dan zijn de kosten voor de vrijwilligersvergoedingen of salarissen voor de school in plaats van voor de ouders.

Professionele organisatie als kwaliteitsslag


Als pedagogisch medewerkers of professionele tso-medewerkers worden ingezet als extra begeleiders of tso-coördinatoren kan dit zeker zorgen voor een verbeterslag. Deze medewerkers zijn al opgeleid om kinderen te begeleiden en ervaring leert dat zij dit prima doen in een nieuwe tso-praktijk.
Het idee achter deze keuze is vaak dat de ervaren medewerker het goede voorbeeld gaat geven aan de minder ervaren vrijwilligers, in de hoop dat zij deze pedagogische aanpak over gaan nemen. Helaas is de werkdruk in de TSO vaak zo hoog, dat iedere (vrijwillige) medewerker druk is in zijn/haar eigen groep/werkplek en geen tijd heeft om te leren van een collega. Zet de coördinator/coach daarom boventallig in op de werkvloer, dan is de kans op succes veel groter.

Samenwerking en werkafspraken eerst


Zet de samenwerking onderling én met het schoolteam centraal, waarin gewerkt wordt aan goede werkafspraken onderling en een goed pedagogisch klimaat voor de kinderen. Kies en besluit samen de wenselijke aanpak en handel daar allemaal naar.

Keep up the spirit


In de wet staat o.a. dat ten minste de helft van de tso-medewerkers scholing heeft gevolgd op het gebied van het overblijven. Bied de (nieuwe) medewerkers één keer een basiscursus aan en organiseer vervolgens jaarlijks een opfriscursus. De coördinator zal een cursus leidinggeven waarderen en uitkijken naar jaarlijkse dag met collega’s. Alles bij elkaar zal het naast werkplezier ook de veiligheid en de kindvriendelijkheid in de TSO bevorderen. Inschrijven voor een cursus kan hier: tso-support.nl/open-inschrijving.

Meer weten?


Lees de details in mijn brochure: tso-support.nl/informatie
Ik wens je veel fijne momenten in de TSO toe.


8.10.19

zondag 15 september 2019

,

Risicovol laten spelen, durf jij het aan?

Na de lunch spelen de kinderen buiten op het schoolplein. De zon schijnt. Het is een heerlijke warme dag. De jas hoeft vandaag niet aan.

Er staat deze pauze een platte lage bank op het plein. Die staat er normaalgesproken niet. Vier jongens spelen er in de buurt. Plotseling roept een van hen dat ze van die bank een glijbaan kunnen maken. De anderen reageren zeer enthousiast. Met elkaar sjouwen ze de bank naar een laag muurtje. Dat valt nog niet mee want de bank blijkt zwaarder dan gedacht. Ook de lengte is een uitdaging. Opgewonden stemmen klinken. De TSO medewerkster kijkt en luistert van een afstandje.

De bank moet aan een uiteinde omhoog worden getild. De jongen die dacht dat hij dat alleen wel kon, vraagt toch maar om hulp. ‘Het is lastig’, roept hij. Als ze tevreden zijn over de stand van de bank klimmen ze op het muurtje, laten zich op de bank zakken en glijden naar beneden. Het blijkt niet zo snel te gaan als gehoopt. ‘We moeten onze schoenen en sokken uitdoen dan gaat het beter’, zegt een van hen. Er wordt schuin naar de TSO medewerker gekeken. Zou ze gaan zeggen dat het niet mag? Ze reageert niet dus gaan ze door.

De TSO medewerker twijfelt


Op die blote voeten blijkt het nog steeds niet snel genoeg te gaan. Een nieuw idee ontstaat. Ze gaan hun sokken aandoen omdat het dan vast lekker glad zal zijn. De TSO medewerkster twijfelt of dit goed zal gaan. Is dit te gevaarlijk? Ze overlegt even met haar collega. Samen besluiten ze dat het risico laag is, dat dit leerzaam is en veel spelplezier geeft. Ze laten de kinderen hun gang gaan en een van hen blijft in de buurt. Het enthousiasme onder de jongens is groot. Het heeft een aanzuigende werking op meer kinderen. Er ontstaat een wachtrij.

Boze juf


Opeens zwaait er een deur open. Een juf van de peuterspeelzaal komt met stevige pas en een harde boze stem op de kinderen afgelopen. Ze moeten daar onmiddellijk mee ophouden. ‘Daar is de bank niet voor bedoeld!’ De schrik bij de jongens is groot. De bank moet van het muurtje worden gehaald. Ze blijft er, met de handen in de zij, bij staan zodat ze zeker weet dat het gebeurt.
Als ze terug naar binnen loopt zie ik verbouwereerde kinderen en TSO medewerkers.

Hebben jullie afspraken over risicovol spel en het gebruik van materialen? Zijn er afspraken over met de verschillende collega's in het gebouw?

Als het onderwerp jouw interesse heeft lees je op veiligheid.nl wat risicovol spelen is. Je vindt er ook tips en kunt er een testje doen.


15.9.19
,

Inspiratiedag voor tso-coördinatoren te Velserbroek/Haarlem op 7 november 2019

Tijdens onze cursussen voor de overblijf merken we telkens weer dat het zo inspirerend is te horen hoe op andere scholen de overblijf is georganiseerd.

Daarom organiseert Sheila Hoogeland ook in 2019 een Inspiratiedag voor overblijfcoördinatoren. De hoofdmoot van deze dag is natuurlijk uitwisselen en van elkaar leren.

De manier waarop wij met collega’s, ouders en leerkrachten communiceren staat centraal tijdens deze dag.

Onderwerpen die aan bod komen:


  • Communiceren met samenwerking
  • Omgaan met kritiek
  • Check-up TSO en beleidsplan

Meer informatie en inschrijven bij TSO-Support.
15.9.19
,

Geluksmomentjes tijdens het overblijven

Als overblijfmedewerker probeer je het overblijven zo goed mogelijk te organiseren. Zo let je erop dat de kinderen genoeg eten, drinken en fijn samen spelen. In de TSO als mini-samenleving gaat niet alles in één keer goed en zul jij als begeleider de kinderen ook af en toe (aan)spreken, bijsturen en corrigeren.

Aandacht richten


Je kunt je aandacht richten op de negatieve situaties, maar ook juist op de positieve. Aandacht hebben voor de negatieve situaties is niet zo vreemd. Vanuit de oertijd was het belangrijk om het negatieve (gevaar) op tijd te herkennen. Als ouder (en dus ook als overblijfmedewerker) is het nog steeds belangrijk om gevaren te herkennen. Je bent tenslotte ook verantwoordelijk voor de veiligheid. De kunst is om naast voor veiligheid ook voor een kindvriendelijke opvang te zorgen.

Je oermodus


Als je reageert vanuit je oermodus, zie je direct als er iets gebeurt dat niet door de beugel kan. Je spreekt het kind aan. Soms besef je je achteraf dat je de hele pauze kinderen hebt gecorrigeerd.

1 op 5


Wees er bewust van dat tegenover slechts één negatieve opmerking, ervaring of gedachte, er vijf positieve moeten staan, om de gevolgen van die ene negatieve weg te werken.

Het overblijfkind


Stel je het kind eens voor waar je meerdere keren per overblijfbeurt op moet mopperen. Wie moppert er nog meer op dit kind? En, nog belangrijker, wie geeft dit kind een positieve opmerking, ervaring of gedachte? Hoeveel geluksmomentjes krijgt dit kind per dag? Wegen ze op tegenover de negatieve ervaringen? Zal dit kind opgroeien tot een evenwichtige volwassene?


De overblijfmedewerker


En stel jezelf eens voor, als overblijfmedewerker die het zo goed wil doen, maar zo vaak moet mopperen. Misschien wel als politieagent bij de TSO fungeert. Lig jij later in bed te piekeren over de dingen die niet zo leuk of goed gingen die dag? Hoe zit het met jouw geluksmomentjes, had jij er vijf keer meer dan de negatieve momenten?

Effect van positieve aandacht


Geef dus vooral aandacht aan wat goed gaat, dat geeft jou én het kind een geluksmomentje. Andere kinderen zullen het voorbeeld van hun klasgenootje volgen en ook een geluksmomentje met jou willen delen! Wat zal het ontzettend fijn overblijven zijn bij jullie.

Ik wens je heel veel mooie momenten in de TSO toe.


15.9.19