zondag 7 augustus 2016

rubriek: ,

Winnen en Verliezen

Ik schrijf expres Winnen en Verliezen met hoofdletters én in deze volgorde. Winnen en Verliezen zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. En hoewel we het, zowel als begeleider en als deelnemer, niet leuk vinden wanneer er verloren wordt, zullen we er mee moeten dealen; en dat al vanaf de geboorte. Daarom ook geschreven in deze volgorde.

Zonder Verliezen geen Winnen


Het feit dat je in staat bent om te lezen wat ik schrijf betekent al dat je ongelooflijk veel gewonnen hebt; telkens één keer meer dan dat je verloren hebt! Spelletjes en activiteiten zijn er op gebaseerd dat er Gewonnen én Verloren wordt en dat je daar mee om moet gaan. Aan de begeleider om er voor te zorgen dat, alleen wanneer het uit de hand loopt, in te grijpen, uit te leggen en duidelijk te maken dat er zonder Verliezen geen Winnen is.

Eenvoudig boven moeilijk


De basis van de spelletjes is eenvoudig:
  • Het is meetbaar. Dat kan wanneer er een aantal is afgesproken of een afstand is bepaald.
  • Het is controleerbaar. Dat kan wanneer beiden kunnen tellen of begrijpen wat de bedoeling van het spel of de activiteit is.
  • Ik durf te winnen én te verliezen. Ik durf daar van te genieten. Én ik durf de ander te prijzen om zijn/haar Winst of Verlies.
  • Vereist respect naar elkaar. Kinderen hebben dat van nature! Het zijn de ouderen die bij het pure kind het gevoel van Winst een grotere positieve waarde gaan toekennen, dan het gevoel van Verlies. Dit is op zich niet vreemd of gek: Zowel Darwin als het Scheppingsverhaal kennen aan winnaars nu eenmaal een grotere positieve beloning toe. Darwin liet de fittest surviven, terwijl God Adam en Eva straften voor de begane zonde.

Begin al met leerlingen van Groep 1/2


Spelletjes en activiteiten kunnen heel klein beginnen ....

  1. Steen, papier en schaar
    • Vuisten maken en op de derde beweging het gebaar voor het betreffende object maken:
      • Steen = Gebalde vuist
      • Papier = Open hand
      • Schaar = Wijs- en Middelvinger uitstrekken.
    • Variaties:
      • Verloren? Opdracht doen.
      • Met meerderen tegelijk. Één is de ‘bepaler’ in dit spel. Verliezer verlaat de groep. Is de verliezer de ‘bepaler’, dan komt er meteen een nieuwe ‘bepaler’. Heeft iedereen verloren, dan opnieuw beginnen.
  2. Wedstrijdje hardlopen
    • Startstreep en eindstreep.
    • Zelf laten zeggen: “Klaar? Af!”.
    • Variaties:
      • Verschillende tweetallen.
      • Estafette.
  3. Knikkeren
    • Wie speelt de laatste knikker in het potje?
    • Variaties:
      • Niet allebei met één, maar met twee, drie of meer knikkers per persoon.
      • Niet alleen, maar in tweetallen tegen elkaar knikkeren.
  4. Dichtst bij de muur
    • Wie gooit zijn/haar pittenzak het dichtst tegen de muur aan?
    • Variaties:
      • Niet bij een muur, maar bij een lijn.
      • Niet met pittenzakken, maar met knikkers, bierviltjes, speelkaarten of steentjes.

.... en heel groot eindigen:
  • Voetballen
  • Trefballen
  • ….

Liefst de leerlingen zelf laten regelen


Het belangrijkst voor de begeleider is om de activiteiten te initiëren en dan zo snel mogelijk terug te stappen en observator te worden. Want alleen dan kan gezien worden wie met Winst en Verlies om kunnen gaan en wie daar nog bij gestuurd mag worden.

Veel plezier!!

Eric Herber, ProJump

Deel deze pagina