zondag 7 februari 2016

rubriek: ,

Wat mag? Wat kan!

Ieder speelplein is een visitekaartje van de schoolvisie


De overblijfkrachten moeten het hier mee doen. En toch kan de mooiste speelplek een helse speelplek worden, wanneer de TSO kracht te waakzaam, te betuttelend, te onzeker en te vaak op komt voor een (eigen) kind.

TSO krachten zijn meestal net als gewone mensen...


... en dan erger. Ze voelen de verantwoordelijkheid die ze hebben om alle kinderen de pauze ongeschonden door te laten komen. Zonder ruzie, pesterij, vieze dingen en onverwachte avonturen. Aan wat niet mag wordt dikwijls meer aandacht besteed dan aan wat wél mag. De regels zijn vaak vreselijk negatief opgeschreven. Niet rennen, niet vloeken, niet onaardig zijn, niet knoeien, niet duwen, niet gillen...

Vraag je eens af waarom we zoveel niet willen


We willen niet dat kinderen ruzie maken, slopen, schieten, stoeien, rennen, vallen vies worden en zich kunnen vervelen. Spelen wordt steeds meer bepaald en beperkt door onze voorzichtigheid. Spelen heeft risico, vertrouwen en vrijheid nodig. Je leert door vallen en opstaan, maar we laten ze te weinig vallen.

TSO-ers zijn te vaak bang


Veel TSO’ers zijn bang voor aansprakelijkheid, boze gezichten, onzekerheden en negatief gedrag. Ze doen alles om te voorkomen dat directeuren, onderwijzers, ouders en/of kinderen boos kunnen worden. We zeggen te handhaven in het belang van de kinderen. Maar is dit wel zo? Helen Tovey schrijft in haar boek Buitenspelen: 8 van de 10 corrigerende waarschuwingen bij het buiten spelen is gericht aan jongens, wordt gedaan door vrouwen, op basis van aannames. Ik daag jullie uit die aannames eens te bespreken, bijvoorbeeld die over iets kapot maken.

Is slopen (iets bewust kapot maken) negatief?


Want er wordt dan geen respect voor de waarde van iets getoond. Maar als die waarde nu minimaal is! Denk aan dozen, papier, snoeihout en misschien wel die afgedankte fiets, wekker of auto! Destructie komt altijd voor constructie. We weten toch dat kinderen die dingen uit elkaar halen en slopen, beter leren construeren en logisch denken dan kinderen die dit niet doen. Net zoals kinderen die mogen stoeien zich over het algemeen socialer ontwikkelen dan kinderen die dit niet mogen. En kinderen die mogen knoeien, meer smaak ontwikkelen. Zo zijn er ook argumenten aan te dragen voor schieten, rennen en vies worden.

Ik pleit voor meer vrijheid


Natuurlijk is deze vrijheid niet onbegrensd. Dr. Maria Montessori zei honderd jaar geleden: De vrijheid van de één, grenst aan de vrijheid van de ander. Nog steeds een actuele opmerking, waar niet alleen kinderen over na mogen denken.
Daarmee wordt stoeien, vechten zodra één van de deelnemers het niet meer leuk vindt. Daarmee houdt slopen op leuk te zijn, als iemand een waarde toekent aan het sloopmateriaal. Zo kan rennen zelfs in je vrije tijd niet, als je daarbij kleine kinderen omverloopt.

Bespreek eens waar de grenzen liggen


Hanteer daarbij de volgende volgorde:
1. Waarom willen kinderen iets graag?
2. Wat zijn de bezwaren en voor wie?
3. Hoe zijn die bewaren eventueel te ondervangen?
4. Wat kan de speelwaarde zijn?

Pas dan komt vraag 5. Mag het? Kan het?


Je zult zien, het antwoord is dan vaker: Ja, mits... onder voorwaarden dat...