donderdag 24 november 2016

rubriek: ,

Zijn er nog believers op de overblijf?

Sinterklaasfeest lijkt steeds meer omgeven met emotie: wel of geen regenboogpieten, Zwarte Pieten of geen pieten. Volwassen(!) voor- en tegenstanders die het lastig vinden naar elkaar te luisteren en elkaar niet tegemoet willen komen. Het wel of niet geloven in Sinterklaas lijkt wat op de achtergrond geraakt door de Pietendiscussie. De kinderen lijkt het allemaal niet uit veel te maken; zij verheugen zich alleen maar op het Sinterklaasfeest.

Spanning en drukte


Je merkt aan de kinderen, vaak al begin november, dat de spanning toeneemt. Ook op de overblijf kunnen ze veel drukker zijn dan anders. Een kind van de bovenbouw roept bijvoorbeeld tegen een kleuter dat Sinterklaas toch niet bestaat of een kind vertelt jou dat ze bang is voor Zwarte Piet. Hoe reageer je?

De magische fase


Ik herinner mij een filmpje (helaas niet gevonden op YouTube) waarin een juf op een peuterspeelzaal zich gaandeweg in gesprek met de peuters, verkleedt als Sinterklaas. De peuters vinden het heel gewoon en op het moment dat ze aangekleed is, wordt ze aangesproken als Sinterklaas! Dit gedrag is ook typerend voor hun ontwikkeling. Fantasie is een belangrijk kenmerk in de ontwikkelingsfase van peuters en kleuters.

Fantasie en werkelijkheid


Voor hen is Sinterklaas niet een man in een sinterklaaspak, nee, dat is echt Sinterklaas! In groep 4 of 5 komt het besef dat een ander persoon in dat pak zit en in eind middenbouw het onderscheid dat Bram van der Vlugt (voor mij nog altijd dé Sinterklaas ☺) bijvoorbeeld een acteur is. En elk kind heeft hierin ook weer zijn eigen ontwikkeling. Het lijkt soms wel eens of ze bepaalde dingen die ze nog niet willen horen ook niet echt tot zich nemen.

Inleven


Vanaf groep 6 worden vaak lootjes getrokken voor het Sinterklaasfeest en kinderen die dan nog geloven ‘spelen’ voor hulpsinterklaas. Voor ouders en andere opvoeders is het belangrijk dat zij oudere kinderen helpen bij het snappen hoe het Sinterklaasfeest door jongere kinderen wordt beleefd. Sommige bovenbouwers voelen dat goed aan maar anderen weer niet. Die zijn misschien zelf hard van hun geloof in de Sint gevallen en daar wellicht nog boos over.

Omgaan met verschillen


Iedere opvoeder gaat op zijn eigen manier om met het Sinterklaasfeest. De één benadrukt dat het een spel is, de ander laat de kinderen heel lang in de waan en van alles daar tussenin. Als overblijfmedewerker moet je een beetje de gulden middenweg zien te vinden door bijvoorbeeld zo’n kleuter in bescherming te nemen, de bovenbouwer niet voor het oog van iedereen corrigeren maar even apart een praatje maken en vertellen hoe het voor zo’n kleintje is. Juist het weten van iets waar anderen nog te klein voor zijn, het meespelen in de fantasie van de kleintjes, benadrukken. Dat is toch de lol van het sinterklaasfeest?


Deel deze pagina